Wettelijke maatstaven voor alimentatiebepaling

De wettelijke maatstaven voor het vaststellen van alimentatie zijn niet voor alle onderhoudsverplichtingen dezelfde.

Hier worden de maatstaven per categorie onderhoudsverplichting besproken. Ook wordt aangegeven of andere dan financiële factoren van belang kunnen zijn bij het vaststellen van de onderhoudsverplichting en of de rechter een matigingsbevoegdheid heeft. De op de wettelijke maatstaven gebaseerde rekenregels (de ‘tremanormen’/ “alimentatienormen”) en de jurisprudentie over vaststelling van draagkracht en behoefte komen bij Rekenregels: alimentatienormen en jurisprudentie aan bod.

 

De belangrijkste wettelijke maatstaven: behoeftigheid, behoefte en draagkracht laten zich als volgt definiëren:

Behoeftigheid is de toestand van iemand die geen of onvoldoende eigen inkomsten verwerft om in eigen levensonderhoud te voorzien en die ook redelijkerwijs niet in staat is om zich deze te verwerven.

Behoefte bepaalt het bedrag dat een onderhoudsgerechtigde redelijkerwijs nodig heeft om het eigen levensonderhoud te kunnen bekostigen. Dit is dus het verschil tussen de eigen (redelijkerwijs te verwerven) inkomsten en de kosten van een redelijk bestaan.

Draagkracht bepaalt de omvang van het bedrag dat een onderhoudsplichtige kan missen ten behoeve van de onderhoudsgerechtigde(n).

Afbeelding wettelijke maatstaven voor alimentatiebepaling

Maatstaven partneralimentatie; behoeftigheid

Er bestaat alleen recht op een uitkering tot levensonderhoud van de ex-partner als deze behoeftig is. Artikel 1:157, eerste lid, BW bepaalt het criterium voor behoeftigheid: degene die na (echt)scheiding niet voldoende inkomsten heeft om in haar of zijn levensonderhoud te voorzien en evenmin redelijkerwijs in staat is om deze te verwerven heeft in beginsel het recht een uitkering tot levensonderhoud te ontvangen van de andere partner.

 

Anders dan tijdens het huwelijk of het geregistreerde partnerschap zijn de ex-partners dus niet meer verplicht de ander zonder meer van ‘het nodige’ te voorzien, maar is er alleen een onderhoudsverplichting als de ander behoeftig is. De vaststelling van de behoeftigheid gaat dan ook vooraf aan de bepaling van draagkracht of behoefte: zonder behoeftigheid geen recht op partneralimentatie.

 

Behoeftigheid kan niet worden opgeheven door het aanvragen en verkrijgen van een bijstandsuitkering (HR 21-11-1986, NJ 87, 601).

 

Voor een verdere toelichting op het begrip behoeftigheid wordt verwezen naar hetgeen hierover is opgemerkt in het onderdeel Limitering en met name bij Rechtsgrond van alimentatie en limitering over de rechtsgrond van alimentatie. Uit de mede daar beschreven jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat het antwoord op de vraag in hoeverre de verantwoordelijkheid van de zorg voor kinderen maakt dat de verzorgende ouder is aangewezen op een bijdrage van de niet verzorgende ouder, in de regel afhankelijk is van met name de leeftijd van de kinderen, HR 10-9-2004, LJN AO9077.

 

Overigens zijn de begrippen behoeftigheid en behoefte minder scherp te onderscheiden van elkaar dan op het eerste gezicht lijkt, omdat de hoogte van de behoefte mede bepaald wordt door de welstand tijdens het huwelijk. Afhankelijk van de hoogte van de door de welstand beïnvloede behoefte moet beoordeeld worden of men behoeftig is, dat wil zeggen al dan niet in eigen levensonderhoud kan voorzien.

Partneralimentatie: niet-financiële factoren en matigingsbevoegdheid

Bij het vaststellen van partneralimentatie mag de rechter naar vaste jurisprudentie ook rekening houden met niet financiële factoren.

 

Let op: dit is anders dan bij het vaststellen van kinderalimentatie; daar spelen ingevolge artikel 1:397 BW uitsluitend draagkracht en behoefte een rol. Zie ook art 1: 399 BW waarin matiging op grond van wangedrag is uitgesloten ten aanzien van minderjarige kinderen.

 

De niet-financiële factoren zijn te onderscheiden in objectieve en subjectieve factoren.

Objectieve factoren Alimentatie

Objectieve factoren waarmee rekening kan worden gehouden zijn:

 

  • de duur van het huwelijk;
  • de rolverdeling in het huwelijk;
  • aantal kinderen;
  • het tijdsverloop tussen echtscheiding en het vragen van alimentatie.

Subjectieve factoren Alimentatie

Subjectieve factoren zijn:

 

  • het wangedrag van de alimentatiegerechtigde en
  • andere persoonlijke omstandigheden van deze.

 

De rechter honoreert niet snel een beroep op dergelijke subjectief beleefde factoren. Het gaat erom of het gedrag van de onderhoudsgerechtigde zodanig grievend is dat de door het huwelijk ontstane lotsverbondenheid verloren is gegaan of in sterke mate is verminderd. Bij zulk gedrag past niet het vragen om een onderhoudsbijdrage. Uit de besproken jurisprudentie blijkt dat het doen van een strafrechtelijke aangifte, waarvoor geen enkel bewijs was en een mishandeling waarvoor de vrouw was veroordeeld leidde tot afwijzing van het alimentatieverzoek. Ook kan het gedrag leiden tot matiging van het bedrag. Zie ook: HR 7 mei 2010, LJN BL7046, en HR 7 mei 2010, LJN BL7047, met de lezenswaardige conclusie van de AG.

 

Het matigingsrecht van artikel 1:399 BW geldt niet voor partneralimentatie. Partneralimentatie kan wel gematigd worden, maar de grondslag voor deze matiging ligt in het woordje ‘ kan’ van art 1:157 BW.

Partneralimentatie: financiële factoren (draagkracht en behoefte)

Draagkracht en behoefte
Nadat is vastgesteld dat een ex-partner behoeftig is, moet de onderhoudsverplichting concreet worden vastgesteld. De wettelijke maatstaven daarvoor zijn: draagkracht (van de onderhoudsplichtige) en behoefte (van de onderhoudsgerechtigde). Zie voor een definitie van deze begrippen de inleiding van deze paragraaf. Artikel 1:157 BW noemt deze criteria niet, maar ze worden volgens vaste jurisprudentie naar analogie van het bepaalde in artikel 1:397 BW ook bij de vaststelling van partneralimentatie toegepast (HR 10-5-1974, NJ 1975, 183 en HR 12-12-1975, NJ 1976, 573).

 

Alle feiten en omstandigheden van het geval
De rechter heeft bij de vaststelling van de uitkering (en dus van draagkracht en behoefte) op de voet van 1:157 BW de vrijheid om rekening te houden met alle feiten en omstandigheden van het geval. Dit heeft in het verleden geleid tot grote rechtsongelijkheid. Daarom ontstond de noodzaak tot het opstellen van meer concrete rekenregels: de alimentatienormen. Intussen biedt ook de jurisprudentie voor allerlei onderdelen van die rekenregels houvast.

Wilt u meer weten over de kennisbank Personen- en familierecht? Vraag dan vrijblijvend online een demonstratie of een proefabonnement aan op de kennisbank of neem contact op via 088-58 40 444