Rechten en plichten echtgenoten en geregistreerd partners

Algemeen

Titel 6 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bestaat uit de artikelen 1:81 tot en met 1:92aBW en beschrijft de rechten en plichten van echtgenoten. Door de schakelbepaling van artikel 1:80b BW gelden titel 6 (rechten en verplichtingen van echtgenoten), titel 7 (wettelijke gemeenschap van goederen) en titel 8 (huwelijkse voorwaarden) van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek ook voor geregistreerd partners, om te bewerkstelligen dat de gevolgen van het geregistreerd partnerschap zo veel mogelijk overeenstemmen met de gevolgen van het huwelijk.
Titel 6 van Boek 1 BW bevat grotendeels dwingend recht. Enkele uitzonderingen van regelend recht zijn artikel 1:84 BW (betreffende de kosten van de huishouding) en artikel1:87 BW (betreffende de vergoedingsrechten).

 

Op 1 januari 2012 is de Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen in werking getreden, de zogenoemde ‘Derde Tranche’ van het nieuwe huwelijksvermogensrecht. Door de wijzigingen met betrekking tot vergoedingsrechten (zie artikel 1:87 BW), de bestuursregeling (zie artikel 1:90 juncto artikel1:97 BW) en het recht op informatie (zie artikel 1:83 BW) wordt in meer of mindere mate de positie van de economisch zwakkere echtgenoot, veelal de vrouw, versterkt.

 

De bepalingen van titel 6 van Boek 1 BW zijn van toepassing, ongeacht het huwelijksgoederen- of partnerschapsgoederenregime. Titel 6 is echter niet van toepassing op van tafel en bed gescheiden echtgenoten (zie artikel1:92a BW).

 

Uit de artikelen 1:80c tot en met 1:80g BW, die bepalen op welke wijzen een geregistreerd partnerschap kan eindigen, volgt dat scheiding van tafel en bed bij een geregistreerd partnerschap niet mogelijk is, zulks in tegenstelling tot bij een huwelijk. Om die reden is in artikel 1:80b BW bepaald dat hetgeen in titel 6 tot en met 8 van Boek 1 BW omtrent scheiding van tafel en bed is bepaald, niet van overeenkomstige toepassing is bij een geregistreerd partnerschap.

Afbeelding fiscale gevolgen echtscheiding

Plicht tot getrouwheid, hulp en bijstand en elkaar het nodige verschaffen

Artikel 1:81 BW bevat zowel financiële als niet-financiële verplichtingen (hulp, getrouwheid en bijstand) voor echtgenoten/geregistreerd partners jegens elkaar tijdens het huwelijk en impliceert een lotsverbondenheid. Een nadere uitwerking van artikel 1:81 BW is te vinden in artikel 1:84 BW (draag- en fourneerplicht voor de kosten van de huishouding).

 

Na het einde van het huwelijk door overlijden van een echtgenoot/geregistreerd partner kunnen aan artikel 1:81 BW geen rechten ontleend worden en is de langstlevende aangewezen op Boek 4 BW (erfrecht). Denk bijvoorbeeld aan de andere wettelijke rechten (artikel 4:28 e.v. BW). Ook na het einde van het huwelijk door echtscheiding kunnen geen rechten aan artikel 1:81BW worden ontleend en komt een eventueel recht op alimentatie daarvoor in de plaats (vgl. HR 4-12-1987, NJ 1988, 678 (Bloemendaalse Horeca).

Plicht tot verzorging en opvoeding van de tot het gezin behorende minderjarige kinderen en dragen van de kosten van die verzorging en opvoeding

Artikel 1:82 BW is van toepassing op de verplichtingen die echtgenoten jegens elkaar hebben tijdens een huwelijk of geregistreerd partnerschap ‘met betrekking tot de tot het gezin behorende’ minderjarige kinderen. Hieronder vallen thans ook stief- en pleegkinderen. De praktische betekenis van artikel 1:82 BW is verder gering. Rechtspraak hierover is beperkt.

Recht op informatie over het gevoerde bestuur, de stand van het (gemeenschappelijke) vermogen en van het vermogen van de andere echtgenoot

In artikel 1:83 BW is het wederzijdse recht op informatie over het vermogen van de ander dwingendrechtelijk aan alle echtgenoten/geregistreerd partners opgelegd, ongeacht het huwelijksgoederen- of partnerschapsgoederenregime (dus ook wanneer er generlei gemeenschap of verrekenbeding is overeengekomen). Inhoudelijk komt artikel 1:83 BW overeen met artikel 1:98 BW, zoals dit vóór 1 januari 2012 luidde, met het verschil dat het inmiddels vervallen artikel 1:98 BW was beperkt tot de huwelijksgemeenschap. De belangrijkste reden om het wederzijdse recht op informatie in titel 6 op te nemen was dat voor het correct uitvoeren van de regeling van de draag- en fourneerplicht ter zake van de kosten van de huishouding (artikel 1:84 BW) het noodzakelijk is de inkomens- en vermogenspositie van de echtgenoten/geregistreerd partners te achterhalen. Daarnaast is het recht op informatie van belang voor een correcte uitvoering van verrekenbedingen en voor het vaststellen van de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap van goederen.

 

Het recht op informatie kan ook een grote rol vervullen in de echtscheidingspraktijk en bij het vaststellen van vergoedingsrechten als bedoeld in artikel 1:95 BW kan het van belang zijn inzage te hebben in het privévermogen van de echtgenoten/geregistreerd partners. Van het bestaan van een afdwingbaar recht op informatie zal daarom ook een zekere preventieve werking uitgaan.

Geen algemene verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording

Artikel 1:83 BW, zoals dit per 1 januari 2012 geldt, bevat een wederzijds recht op informatie. Echter, met deze bepaling is niet beoogd een algemene verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording over het gevoerde bestuur ter zake van tot de gemeenschap van goederen behorende vermogensbestanddelen in te voeren.

 

De verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording bestaat alleen, indien de wet dit bepaalt (bijvoorbeeld in artikel 1:90 lid 3 BW).

 

Artikel 1:83 BW bevat een recht op informatie tijdens het huwelijk. Vraag is of er ook een spreekplicht bestaat (vgl: HR 6-10-2000, NJ 2004, 58: de situatie waarin een echtgenote vlak voor haar huwelijk vermogen wegschonk. Openheid pas vanaf het huwelijk).

 

Voor de notariële praktijk is het aan te bevelen de tekst van artikel 1:83 BW letterlijk op te nemen in de huwelijkse voorwaarden en de partnerschapsvoorwaarden en bij voorkeur nog uit te breiden met een verplichting om een behoorlijke administratie bij te houden en elkaar jaarlijks een gespecificeerde opgave te verstrekken.

Wilt u meer weten over de kennisbank Personen- en familierecht? Vraag dan vrijblijvend online een demonstratie of een proefabonnement aan op de kennisbank of neem contact op via (070) 378 98 80