Pensioenrechten bij scheiding

Pensioenrechten spelen een belangrijke rol bij echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Zij vertegenwoordigen vaak een aanzienlijke vermogenswaarde en zijn een bron van (toekomstig) inkomen bij ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Het op adequate wijze verdelen van de opgebouwde pensioenrechten behoort bij scheiding een belangrijk aandachtspunt voor partijen te zijn, gelet op de grote materiële betekenis ervan. Het correct vastleggen van deze verdeling is van groot belang. Dit betekent dat niet alleen voor de scheidende partijen, maar ook voor de betrokken advocaten en adviseurs de verdeling van de pensioenrechten een essentieel onderdeel vormt van de afwikkeling van het huwelijk en het geregistreerd partnerschap.

Verantwoordelijkheid van de advocaat

In dit verband kan worden gewezen op de uitspraken van de Raad van Discipline te Leeuwarden d.d. 9 december 1994 en de Raad van Discipline te ‘s-Hertogenbosch d.d. 7 november 2011. Uit deze eerste uitspraak blijkt dat de advocaat die een echtscheidingsconvenant opstelt waarbij niet alle zaken zijn geregeld – in het bijzonder als een regeling van de pensioenkwestie ontbreekt – niet de rechtsbijstand verleent die de cliënt mocht verwachten. Door zo te handelen heeft de advocaat niet de zorgvuldigheid betracht naar de cliënt die bij een behoorlijke rechtshulpverlening behoort. Uit de tweede uitspraak komt naar voren dat als de advocaat de opdracht heeft gekregen om na de totstandkoming van de echtscheiding de pensioenuitvoerders via het pensioenvereveningsformulier te informeren over de echtscheiding en het tijdstip daarvan, de cliënt mag verwachten dat de advocaat dit zorgvuldig afhandelt. Deze tuchtrechtelijke uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige regeling met betrekking tot de pensioenen. Om die te kunnen opstellen, is enige basiskennis van de pensioenmaterie en de pensioenwetgeving vereist. Het is aan te raden extern advies hierover in te winnen bij bijvoorbeeld een pensioenadviseur of een actuarieel adviesbureau. In veel gevallen volstaat het niet om alleen inlichtingen in te winnen bij de pensioenuitvoerder. Uit de beslissing van Raad van Discipline Arnhem d.d. 7 november 2011 (11-74) blijkt dat van de advocaat die in het betreffende geval de belangen van beide partijen in echtscheiding vertegenwoordigt, verwacht had mogen worden dat hij expliciet en tijdig navraag had gedaan over de pensioenverevening en de wensen van de vrouw daaromtrent. Nu de advocaat dit ook niet schriftelijk heeft laten bevestigen heeft hij zich onvoldoende van zijn zorgplicht gekweten.

Afbeelding pensioenrechten bij scheiding

Ouderdomspensioen

Het vraagstuk van pensioen en scheiding moet voor de duidelijkheid worden onderverdeeld in de onderdelen ouderdomspensioen en partnerpensioen. De regelingen rondom ouderdomspensioen en scheiding zijn op verschillende plaatsen te vinden. Dit is in onderstaande opsomming weergegeven.

  • A. op 1 mei 1995 is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVP) in werking getreden. Deze wet beoogt de kwestie van de verdeling van pensioenrechten bij echtscheiding en scheiding van tafel en bed definitief te regelen. Met ingang van 1 januari 1998 geldt deze wet ook voor geregistreerde partners, indien het geregistreerd partnerschap eindigt anders dan door de dood of vermissing. De wet wordt behandeld in de paragraaf Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVP);
  • B. krachtens overgangsrecht of een door partijen getroffen regeling kan in het kader van de boedelverdeling nog pensioenverrekening plaatsvinden op basis van het ‘Boon/Van Loon-arrest’ (HR 27 november 1981, NJ 1982, 503). De rechtsgronden voor verrekening volgens het ‘Boon/Van Loon- regime’ wijken in belangrijke mate af van het regime van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Pensioen verrekening wordt besproken in de paragraaf Pensioenverrekening;
  • C. het verband tussen pensioenverevening/pensioenverrekening en vaststelling van alimentatie wordt besproken in de paragraaf Pensioenverevening/pensioenverrekening en alimentatie;
  • D. de regeling van het pensioenverweer krachtens artikel 1:153 BW en de daarmee samenhangende jurisprudentie zal worden besproken in de paragraaf Pensioenverweer.
  • E. in de paragraaf Pensioenwet ten slotte wordt een aantal relevante bepalingen van de Pensioenwet (wet van 7 december 2006, Stb. 2006, 705) en de Wet verplichte beroepspensioenregeling (wet van 6 oktober 2005, zoals geldend met ingang van 1 januari 2007, Stb. 2006, 708) besproken. De Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling zijn op 1 januari 2007 in werking getreden, met uitzondering overigens van een aantal artikelen. De Pensioenwet is de opvolger van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) en is de spil van de pensioenwetgeving.

Partnerpensioen

Voor de regeling van partnerpensioen bij echtscheiding geldt in principe de bepaling uit de Pensioenwet (artikel 57) andere regelingen kunnen ook nog een rol spelen:

  1. Artikel 57 Pensioenwet
  2. krachtens overgangsrecht of een door partijen getroffen regeling kan in het kader van de boedelverdeling nog pensioenverrekening plaatsvinden op basis van het ‘Boon/Van Loon-arrest ( HR 27 november 1981, NJ 1982, 503).
  3. Bij een echtscheiding van een DGA (directeur-grootaandeelhouder) die pensioen in eigen beheer heeft opgebouwd geldt artikel 3a Wet verevening pensioenrechten bij scheiding ter bescherming van het partnerpensioen van de ex-echtgenoot van de DGA.
Wilt u meer weten over de kennisbank Personen- en familierecht? Vraag dan vrijblijvend online een demonstratie of een proefabonnement aan op de kennisbank of neem contact op via (070) 378 98 80