Voorwaarden voor adoptie

Op 1 april 1998 is de regeling van de erkenning op bepaalde punten (belangrijk) gewijzigd. Dit betreft met name de voor een erkenning vereiste toestemmingen (art. 1:204 BW) en de mogelijkheid een erkenning te laten vernietigen (art. 1:205 BW). Voor het overige is de erkenning niet wezenlijk veranderd. Dit betekent onder andere:

 

  • een erkenning kan (ook) worden gedaan door een man die niet de biologische vader van het kind is; maar die erkenning is ‘kwetsbaar’ (zie art. 1:205 BW hierna);
  • de erkenning kan vóór de geboorte van het kind worden gedaan of (geruime tijd) daarna; ook een meerderjarige kan als kind worden erkend. De vraag of erkenning van een reeds overleden kind kan plaatsvinden, wordt verschillend beantwoord. Met De Boer zijn wij van mening dat een dergelijke erkenning niet uitgesloten behoort te worden geacht; denk bijvoorbeeld aan de erkenning van een overleden meerderjarige met nakomelingen;
  • de wet stelt geen eisen aan het leeftijdsverschil tussen de erkenner en de te erkennen persoon (vergelijk het vereiste minimumleeftijdsverschil van achttien jaar in geval van adoptie; art. 1:228 lid 1 onder c BW). Als het leeftijdsverschil zeer klein is, kan het OM echter vernietiging van de erkenning vorderen;
  • een kind kan niet erkend worden als het reeds twee juridische ouders heeft (art. 1:204 lid 1 sub f BW);
  • de erkenning geschiedt via een akte van erkenning opgemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand of door een notaris, al komt deze notariële erkenning – mede gezien de kosten – niet veel meer voor. In beide gevallen moet er wel voor worden gezorgd dat de erkenningsakte wordt vermeld op de geboorteakte van het kind (zie art. 1:20 BW);
  • de erkenning heeft geen terugwerkende kracht. Zij heeft gevolg vanaf het tijdstip waarop zij is gedaan (art. 1:203 lid 2 BW). Als de erkenning vóór de geboorte is gedaan en de erkenner overlijdt voor de geboorte, is het kind als het geboren wordt zijn erfgenaam (art. 1:2 BW). Sinds 1 april 2014 is de erkenning mogelijk door een vrouw, die het te erkennen kind niet zelf heeft gebaard, want die vrouw is immers van rechtswege moeder geworden van het kind.

De voorwaarden voor een rechtsgeldige erkenning

De voorwaarden voor een rechtsgeldige erkenning worden in artikel 1:204 BW op een negatieve wijze omschreven, dat wil zeggen dat wordt aangegeven in welke gevallen een erkenning nietig is en (dus) rechtsgevolgen ontbeert. Wij zullen hierna deze nietigheidsbepalingen ‘omzetten’ in voorwaarden voor een rechtsgeldige erkenning en bespreken daarbij ook de erkenning door de duomoeder. Wat hierna gezegd wordt voor de man die wil erkennen, geldt mutatis mutandis ook voor de vrouw uit wie het kind niet is geboren en die het kind wil erkennen dat al een moeder heeft:

 

  • de erkenner moet ‘in beginsel’ met de moeder van het kind kunnen huwen of met haar een geregistreerd partnerschap kunnen aangaan; met andere woorden: hij mag niet tot de moeder in zodanige nauwe familierechtelijke betrekking staan dat hij ingevolge artikel 1:41 BW niet met haar in het huwelijk mag treden of met haar geen geregistreerd partnerschap mag aangaan (vergelijk art. 1:80a lid 6 BW). Het gaat hier om zogenoemde incestueuze relaties. Maar ook als de broer in kwestie het kind niet heeft verwekt kan hij dit kind niet erkennen, hoewel de wet niet vereist dat de erkenner de biologische vader is. De zus of moeder van de vrouw die het kind heeft gebaard, mag dus dat kind evenmin erkennen;
  • als de erkenner minderjarig is, moet hij de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt. Theoretisch is het mogelijk dat een 15-jarige door huwelijk meerderjarig is geworden (zie art. 1:31 BW) en hij alsdan rechtsgeldig een kind kan erkennen. Voor de goede orde: de minderjarige van 16 jaar die wil erkennen, heeft daarvoor niet de toestemming van zijn ouders nodig. Wij nemen dat aan omdat de wet dit niet uitdrukkelijk bepaalt (vergelijk de wel uitdrukkelijke bepaling van toestemming voor een huwelijk, art. 1:35 lid 1 BW) en omdat het gaat om een hoogst persoonlijke rechtshandeling. De minderjarige vrouw die een kind wil erkennen, moet ook 16 jaar of ouder zijn of meerderjarig zijn verklaard;
  • als de te erkennen persoon de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, is uitsluitend zijn (voorafgaande en schriftelijke) toestemming nodig;
  • als de te erkennen persoon nog geen 16 jaar is, is de voorafgaande en schriftelijke toestemming van zijn moeder nodig terwijl daarnaast tevens zijn (voorafgaande en schriftelijke) toestemming nodig is als hij de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt. Voor de toestemming van de vrouw uit wie het kind geboren is (de juridische moeder), geldt geen minimumleeftijd. Zo zal bijvoorbeeld een 15-jarige moeder een in beginsel rechtsgeldige toestemming kunnen geven. Die toestemming kan echter onder invloed van bijvoorbeeld misbruik van omstandigheden zijn gegeven en dat is bij een 15-jarige niet onwaarschijnlijk. In een dergelijk geval kunnen de ouders van de 15-jarige, als haar wettelijk vertegenwoordigers, vernietiging van de erkenning vragen. De rechtshandeling (de erkenning) kwam tot stand met misbruik van omstandigheden en is derhalve vernietigbaar.
Afbeelding de erkenning van een kind

Akte van erkenning

De hiervoor bedoelde toestemmingen kunnen overigens ook worden gegeven bij het opmaken van de akte van erkenning (art. 1:204 lid 2 BW). Als (een van) de hiervoor bedoelde toestemmingen worden (wordt) geweigerd, kunnen zij (kan zij) op verzoek van degene die het kind wil erkennen door de toestemming van de rechtbank worden vervangen (art. 1:204 lid 3 BW).

Wilt u meer weten over de kennisbank Personen- en familierecht? Vraag dan vrijblijvend online een demonstratie of een proefabonnement aan op de kennisbank of neem contact op via (070) 378 98 80.