Bijstand verhaal na echtscheiding

Verhaalsrecht en bevoegdheid gemeente

De gemeente oefent bij verhaal van bijstand een eigen, op publiekrecht gegronde, bevoegdheid uit. Daarbij treedt zij niet op namens de bijstandsontvanger, zij oefent een eigen in de Participatiewet neergelegde bevoegdheid uit. De materiĆ«le grondslag van die bevoegdheid is echter gelegen in de civielrechtelijke onderhoudsplicht ingevolge Boek 1 BW. Dit blijkt uit de aanhef van artikel 62 Participatiewet: ‘Kosten van bijstand kunnen tot de grens van de onderhoudsplicht, bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, worden verhaald.’

Plafond van de verhaalsbijdrage

Hiermee is de gemeente dus gelegitimeerd om als processuele wederpartij van de onderhoudsplichtige op te treden. Dit laat onverlet dat deze laatste alle verweermiddelen mag aanvoeren die hem tegenover de onderhoudsgerechtigde ten dienste zouden staan. Hij kan nooit verplicht worden tot het betalen van een hogere bijdrage dan in het geval hij door de onderhoudsgerechtigde zelf zou worden aangesproken. Het verhaalsrecht volgt hiermee het onderhoudsrecht, zowel wat betreft het bestaan van de onderhoudsverplichting als wat betreft de omvang daarvan (artikel 62a Participatiewet). Daarmee is dus een plafond van de verhaalsbijdrage gegeven: deze kan nooit hoger worden vastgesteld dan conform de civielrechtelijke alimentatieregels. Die bijdrage kan echter ook nooit uitstijgen boven de kosten van de verleende bijstand.

Burgerlijke rechter

De burgerlijke rechter is bevoegd verklaard tot het vaststellen van de verhaalsbijdrage en wel dezelfde rechter die ook bevoegd is tot het vaststellen van alimentatieverplichtingen bij of na echtscheiding. De vraag rijst of die rechter alleen als burgerlijke rechter optreedt of ook als bestuursrechter. Nu wordt volstaan met de opmerking dat de taak van de rechter in verhaalsprocedures naar inschatting in theorie, maar ook in de praktijk voor 90% of meer civiel is en slechts voor een zeer gering deel bestuursrechtelijk.

 

Met andere woorden: het gaat in verhaalsprocedures in het overgrote deel van de gevallen in hoofdzaak om de vaststelling van het bestaan van de onderhoudsplicht of van de draagkracht en behoefte. Dat neemt niet weg dat in vele gevallen ook een beroep wordt gedaan op bestuursrechtelijke beginselen. In zoverre rust op de rechter de taak om te beoordelen of de gemeente bij het zoeken van verhaal tegenover de verhaalsplichtige heeft gehandeld conform de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Anders dan telkens weer wordt gedacht – blijkens de processuele opstelling van onderhoudsplichtigen – mag de verhaalsrechter, behoudens in bijzondere gevallen, niet treden in de vraag of terecht bijstand is verleend. Op al deze kwesties wordt nader ingegaan. Omdat het bestaan en de omvang van een onderhoudsverplichting in verhaalsprocedures op precies dezelfde wijze moet worden beoordeeld als in gewone alimentatieprocedures wordt daarop niet nader ingegaan, maar verwezen naar de voorgaande commentaren. In dit commentaar wordt een en ander alleen besproken als daarvoor in verband met de specifieke karaktertrekken van de verhaalsprocedure aanleiding is.

Afbeelding fiscale gevolgen echtscheiding

Verhaalsbesluit en besluit tot verhaal in rechte

Het verhaalsbesluit is het besluit waarbij door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld dat en welk bedrag verhaald gaat worden. Dit is een ander besluit dan het besluit tot verhaal in rechte: dat laatste moet alleen worden genomen als de verhaalsplichtige niet vrijwillig aan het verhaalsbesluit voldoet.

Verhaalsbesluit en wat eraan voorafgaat; inlichtingen

Voordat tot verhaal wordt besloten zal de gemeente in het algemeen eerst contact moeten opnemen met de bijstandsontvanger. Daarbij zal de gemeente nagaan of er een onderhoudsplicht is, of deze door de rechter is vastgesteld en of deze wordt nagekomen. Onder de Abw (artikel 65, eerste en derde lid) gold dat de bijstandsontvanger alle inlichtingen moet verstrekken die van belang zijn voor de bijstandsverstrekking of de voortzetting daarvan. Deze verplichting is eveneens in de Participatiewet opgenomen in artikel 17, eerste lid dat bepaalt dat de belanghebbende aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. (artikel 65, eerste en derde lid, Abw). Tevens bepaalt artikel 54, eerste lid Participatiewet dat indien een bijstandsontvanger verwijtbaar niet, niet tijdig of onjuiste gegevens verstrekt dat de gemeente het recht heeft om het recht op bijstand op te schorten. Voorts bepaalt artikel 60 Participatiewet dat diegene van wie kosten tot bijstand worden teruggevorderd eveneens verplicht is inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering nodig zijn.

Onderhoudsplicht

Aangezien de bijstandsverlening aanvullend is op inkomen uit welke bron dan ook, zal de bijstandsontvanger op deze grond verplicht zijn om te melden of er een door de rechter vastgestelde onderhoudsplicht bestaat en of deze wordt nagekomen. Daarbij is zij verplicht de naam en voorzover mogelijk het adres van de eventuele onderhoudsplichtigen op te geven, alsmede de processtukken uit eventuele alimentatieprocedures. Als de bijstandsontvanger niet meer beschikt over een afschrift van de alimentatiebeslissing kan de gemeente op grond van artikel 64, derde lid, Participatiewet een afschrift van de alimentatie-uitspraak opvragen. De bijstandsontvanger kan ook aanvoeren dat er dringende redenen zijn om niet te verhalen of dat er reden is gedeeltelijk van verhaal af te zien in verband met een te treffen schuldenregeling. Als de gemeente tot dezelfde conclusie komt zal verhaal verder achterwege blijven.

Wilt u meer weten over de kennisbank Personen- en familierecht? Vraag dan vrijblijvend online een demonstratie of een proefabonnement aan op de kennisbank of neem contact op via (070) 378 98 80.