Internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter ter zake van alimentatiegeschillen

Rechtsmacht

Bij de kwestie van de rechtsmacht gaat het in deze bijdrage om de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter ter zake van alimentatiegeschillen.
Het betreft bijvoorbeeld de vraag: is de Nederlandse rechter internationaal bevoegd kennis te nemen van een ten behoeve van een in Frankrijk bij zijn moeder wonend minderjarig kind ingestelde onderhoudsvordering ten laste van zijn in Nederland wonende vader?
Is de rechtsmacht van de Nederlandse rechter eenmaal bepaald, dan rijst de vraag naar de absolute bevoegdheid van de rechter (kantongerecht of rechtbank). De absolute bevoegdheid wordt door Nederlands recht (lex fori) geregeld. Is aldus de absolute bevoegdheid bepaald, dan resteert nog de vraag naar de relatieve bevoegdheid (bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam of Rechtbank ‘s-Gravenhage). Verwijst de regel die de grondslag voor de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter vormt, algemeen geformuleerd naar ‘de gerechten’ van een bepaalde staat, dan wordt de relatieve bevoegdheid volgens het interne (proces)recht van die staat bepaald. Verwijst deze regel daarentegen naar een lokaal bepaald gerecht (‘het gerecht van de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd’), dan is daarmee tevens de relatieve bevoegdheid gegeven.
De rechtsmacht in alimentatiezaken wordt – vooral – bepaald door internationale regelingen. Wanneer deze niet van toepassing zijn, geldt het commune procesrecht. Aangezien internationale regelingen voorrang hebben op nationale regelgeving, dient eerst te worden nagegaan of de rechter bevoegdheid kan ontlenen aan een internationale regeling.

Afbeelding weegschaal Alimentatie IPR

Alimentatieverordening 2008

De vraag naar de internationale bevoegdheid inzake alimentatie werd tot voor kort beantwoord aan de hand van de EEX-Verordening (ook wel bekend als Brussel I). Dit is anders sinds per 18 juni 2011 de Alimentatieverordening van toepassing is geworden. In dit verband kan het volgende worden opgemerkt.
Op 30 januari 2009 is in werking getreden de Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, de Alimentatieverordening. Deze verordening is van toepassing sedert 18 juni 2011 voor alle EU-lidstaten, met dien verstande dat voor het VK (zonder toepasselijk recht) en Denemarken (zonder toepasselijk recht en samenwerking) de verordening in beperkte mate van toepassing is. Doelstelling van de verordening is het voor een onderhoudsgerechtigde in een lidstaat gemakkelijker maken een beslissing inzake levensonderhoud te krijgen die eenvoudig, zonder formaliteiten, uitvoerbaar is in een andere lidstaat. De Alimentatieverordening komt in de plaats van Brussel I voor zover deze verordening van toepassing was op alimentatie. Inmiddels sluit de herschikte Brussel I in artikel 1 lid 2 sub c levensonderhoud van het toepassingsgebied uit. De Alimentatieverordening kent, evenals de andere verordeningen op het gebied van het IPR, geen officiële toelichting. Daarom is de Preambule van belang. In overweging 15 van de Preambule wordt aangegeven dat de verordening geen enkele verwijzing naar de bevoegdheidsregels van het nationale recht van de lidstaten toestaat. De commune bevoegdheidsregels van het Nederlandse recht (art. 1-14 Rv) zijn daarmee uit beeld. Verder is van belang dat de woonplaats van verweerder in of buiten EU niet relevant is, zoals ook het geval is met betrekking tot de nationaliteit van partijen.
De rechter zal de verordening ambtshalve moeten toepassen, dus ongeacht of partijen een beroep op de verordening doen. Dit volgt uit artikel 1: ‘De Verordening is van toepassing….’
Indien de procedure aanhangig wordt gemaakt bij een gerecht van een lidstaat dat volgens de verordening niet bevoegd is, dan dient het aangezochte gerecht zich ambtshalve onbevoegd te verklaren (artikel 10).
Tot slot zij nog opgemerkt dat onder de Alimentatieverordening (zoals ook het geval was onder de Brussel I) geen ruimte is voor de forum – non – conveniens toets. Indien de rechter rechtsmacht ontleent aan een bepaling van de verordening, mag hij deze rechtsmacht niet alsnog afwijzen omdat hij meent dat de zaak onvoldoende aanknopingspunten met de rechtssfeer van het forum heeft.

Bevoegdheid Nederlandse rechter uitgangspunten

Artikel 3 bepaalt dat in de lidstaten bevoegd is het gerecht van de plaats waar de verweerder zijn gewone verblijfplaats heeft, of het gerecht van de plaats waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft (forum actoris voor de onderhoudsgerechtigde), of als accessoire bevoegdheid de scheidingsrechter, of – eveneens accessoire bevoegdheid – de rechter die over een maatregel betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid moet beslissen. Het begrip ‘gewone verblijfplaats’ wordt in de Alimentatieverordening niet gedefinieerd.

Artikel 4: forumkeuze

Artikel 4 geeft partijen de mogelijkheid van een beperkte forumkeuze. Ingevolge lid 3 is forumkeuze niet mogelijk wanneer het gaat om alimentatie voor een kind dat jonger is dan 18 jaar. Lid 1 geeft aan uit welke fora gekozen kan worden: de rechter van de lidstaat waar één van de partijen zijn gewone verblijfplaats heeft (onder a) of waarvan één hunner de nationaliteit heeft (onder b) of – in geval van – de bevoegde echtscheidingsrechter of de rechter van de lidstaat waar de echtgenoten laatstelijk ten minste één jaar hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben gehad (onder c). Peilmoment is het moment waarop de forumkeuze wordt uitgebracht dan wel het tijdstip waarop de zaak aanhangig wordt gemaakt. De forumkeuze wordt schriftelijk aangegaan.
De forumkeuze kan al op een vroeg moment, wanneer nog geen sprake is van een geschil of van een echtscheiding, worden gemaakt (bijv. in huwelijkse voorwaarden.). Het kan dan zijn dat partijen, wanneer het eenmaal zo ver komt, gebonden zijn de zaak voor te leggen aan een destijds gekozen rechter, ook wanneer zij geen band (meer) hebben met de forumkeuze. Dit is anders wanneer zij het eens kunnen worden over een wijziging van de forumkeuze. De forumkeuze verleent de gekozen rechter exclusieve bevoegdheid.

Wilt u meer weten over de kennisbank Personen- en familierecht? Vraag dan vrijblijvend online een demonstratie of een proefabonnement aan op de kennisbank of neem contact op via 088-58 40 444