020 515 9515

Voorwaarden voor adoptie



In het belang van het kind

Een adoptieverzoek kan alleen worden toegewezen als de adoptie in het kennelijk belang van het kind is (en aan de voorwaarden van artikel 1:228 BW is voldaan), aldus het derde lid van artikel 1:227 BW. Wat dit 'belang van het kind' betreft wordt thans verlangd dat op het tijdstip van het adoptieverzoek vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Deze aanscherping lijkt vooral een beperkend effect te kunnen hebben op de zogeheten stiefouderadoptie. Bij wijze van voorbeeld: een gescheiden moeder met twee kinderen hertrouwt. De nieuwe echtgenoot wil met volle instemming van de moeder de kinderen adopteren. De kinderen hebben goed en regelmatig (eenmaal per veertien dagen) contact met hun vader. De vader heeft geen bezwaar tegen de adoptie, want de omgangsregeling zal gewoon worden voortgezet (zie ook artikel 1:229, lid 4 BW). Kan hier worden gezegd dat de kinderen niets meer van die vader als ouder te verwachten hebben? Onder het oude recht was het niet nodig dat werd aangetoond dat de eigen ouder(s) van het kind niet (meer) in staat of bereid is (zijn) zelf voor het kind te (gaan) zorgen. Maar het mag worden betwijfeld of dit onder het nieuwe criterium ook nog geldt. Immers, eerst als de hiervoor bedoelde bereidheid c.q. capaciteit volledig ontbreekt kan worden geconcludeerd dat het kind niets meer van zijn ouder(s) heeft te verwachten.

Wie kunnen adopteren?

Een verzoek tot adoptie kan worden gedaan of door twee personen tezamen of door één persoon alleen, aldus artikel 1:227, lid 1 BW. Twee personen die niet zijn gehuwd c.q. niet een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, kunnen geen adoptieverzoek doen indien zij krachtens artikel 1:41 BW (te nauwe bloedverwantschap) geen huwelijk of partnerschap met elkaar mogen aangaan.

Adoptiemogelijkheden verschillende samenlevingsverbanden

In het eerste geval gaat het derhalve om een man en een vrouw of twee vrouwen c.q. twee mannen die, aldus artikel 1:227, lid 2 BW, ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek, met elkaar hebben samengeleefd. Dit kan zijn gehuwd of ongehuwd c.q. in een geregistreerd partnerschap. Maar aan de voorwaarde is ook voldaan als bijvoorbeeld een (nog) gehuwde vrouw drie jaren heeft samengewoond met een andere man.

Het verzoek kan niet worden afgewezen enkel op grond van het feit dat een van de verzoekers is gehuwd (en niet met de andere verzoeker). Bovendien blijkt nergens dat de echtgenoot van bedoelde verzoeker zich tegen deze adoptie kan verzetten (zie artikel 1:228 BW). En waarom zou hij: het geadopteerde kind wordt niet rechtens zijn kind, omdat hij met de verzoekster is gehuwd. In het tweede geval kan het gaan om een alleenstaande persoon, maar ook om iemand die met de ouder van het te adopteren kind gehuwd is, een geregistreerd partnerschap heeft of 'gewoon' ongehuwd samenleeft. Voor die persoon geldt ook de eis dat die samenleving drie jaar heeft geduurd. In dergelijke gevallen gaat het om wat voorheen bekend stond als de stiefouderadoptie (zie ook hierna De stiefouderadoptie). Ook de vrouwelijke partner of echtgenoot van een moeder met kinderen kan derhalve deze kinderen adopteren. Dit geldt ook voor de mannelijke partner c.q. echtgenoot van de vader met kinderen (uit bijvoorbeeld een eerder huwelijk). Maar de eis van drie jaar samenleving geldt niet als het kind is of wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en de ouder van dit kind. Dit betekent dat de adoptie van een kind geboren binnen een lesbische relatie zonder de wachttijd van drie jaar kan worden geadopteerd. Bovendien bepaalt het nieuwe vierde lid van artikel 1:227 BW dat een verzoek tot adoptie van een dergelijk kind wordt toegewezen als het via kunstmatige donorbevruchting is geboren en dit wordt vergezeld van een verklaring van de Stichting Donorgegevens (zie voor die Stichting onder Het bewaren en verstrekken van donorgegevens). Uiteraard moet wel zijn voldaan aan de voorwaarden van artikel 1:228 BW en moet de adoptie in het kennelijk belang van het kind zijn.

Adoptie door weduwe

Wat de adoptie door een alleenstaande betreft het volgende: onder het oude recht kon, ingeval de ene echtgenoot was overleden, de andere echtgenoot alsnog een adoptieverzoek indienen. Deze zogenoemde postume adoptie is nog steeds mogelijk. Maar er is een belangrijk verschil: als het verzoek wordt toegewezen betekent dat niet meer dat de overleden echtgenoot rechtens wordt beschouwd als de vader (of de moeder) van het geadopteerde kind. Als de weduwe adopteert, krijgt het kind bijvoorbeeld haar geslachtsnaam. Naamskeuze komt niet (meer) aan de orde.

Ten slotte: als een te adopteren kind bij gehuwde adoptanten was geplaatst en voordat het adoptieverzoek werd ingediend een echtscheiding wordt uitgesproken, kan een van de ex-echtgenoten, namelijk degene die voor het kind blijft zorgen, een adoptieverzoek indienen. Dit verzoek zal worden toegewezen als aan de voorwaarden van artikelen 1:227 en 228 BW is voldaan. Wij gaan ervan uit dat aan het vereiste van de verzorgingstermijn van drie jaar (artikel 1:228, lid onder f BW) is voldaan als deze verzoeker het kind feitelijk gedurende drie jaar heeft verzorgd en opgevoed, dat is met inbegrip van de periode dat hij/zij nog was gehuwd.

Wilt u meer weten over het onderwerp adoptie? Vraag dan vrijblijvend online een demonstratie of een proefabonnement aan op de kennisbank of neem contact op via 0314 – 358 356.