020 515 9515

Seksevermelding op officiële documenten is echt niet altijd nodig

    We hebben een up to date regelgeving voor transgenders

    Samen met Zweden en Denemarken is Nederland het minst homofobe land van Europa, aldus meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau op 12 mei 2016. Ik geloof het graag. En ook voor transgenders is ons land zeer welwillend: anders dan in veel andere landen is het, om de vermelding van het geslacht (M/V) in de geboorteakte te wijzigen en daardoor in het maatschappelijk verkeer, en met name door overheidsinstanties, conform dat nieuwe geslacht tegemoet te worden getreden, niet nodig dat de betreffende persoon fysiek aan het verlangde geslacht is aangepast en onvruchtbaar is gemaakt. Dit heeft alles met mensenrechten van doen, maar het heeft wel nog heel wat voeten in de aarde gehad voordat op 1 juli 2014 die vereisten in het Burgerlijk Wetboek (art. 1:28 t/m 28c) konden worden geschrapt (zie uitvoeriger daarover bijv. FJR 2014/17).

    Maar toch…

    Blijft wel dat de keuze nog steeds beperkt is tot twee smaken: M dan wel V. Zij die zich niet duidelijk man of vrouw voelen ervaren nog steeds juridische en maatschappelijke druk om een geslacht op te geven. Het Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) heeft een belangwekkend rapport geschreven over de sekseregistratie door de overheid en de juridische positie van transgenders. De vraagstelling van de opdrachtgever, het (WODC van) Ministerie van Veiligheid en Justitie, luidde: ‘in hoeverre en onder welke voorwaarden is het, mede in het licht van internationaalrechtelijke verplichtingen, mogelijk om geslacht in sommige gevallen onbepaald te laten, en welke juridische en praktische problemen daardoor kunnen ontstaan of juist worden verholpen’.

    Een teleurstellende kabinetsreactie

    Het rapport is op 6 maart 2015 aangeboden aan de Tweede Kamer (Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, 27 859, nr. 76). De reactie van het kabinet op de kwestie van ‘mensen die zich niet thuis voelen bij het hokje “man” of “vrouw” en voor wie de registratie van geslacht op identiteitsdocumenten, maar ook het invullen van bijv. aanvraagformulieren van overheids- en private organisaties een groot probleem is’, acht ik teleurstellend. De regelgeving zal niet worden aangepast, we worden heengezonden met de mededeling dat het ‘belangrijk is om de bewustwording in de samenleving van de problemen die mensen kunnen ondervinden van sekseregistratie en het zogenoemde binaire (man/vrouw) denken, te bevorderen’. Jammer van deze KIR (ambtelijk voor ‘kluit in het riet’). Maar positief is wel dat, volgens diezelfde kabinetsreactie ‘de overheid meer aandacht zal besteden aan seksediversiteit (d.w.z. sekse als een continuüm met oneindig veel variaties) en de beperkingen van het binaire (man/vrouw)denken om anders te handelen t.a.v. vastgeroeste man-vrouwpatronen en normatieve ideeën over mannelijk- en vrouwelijkheid’. ‘Door deze bewustwording kan het besef in de samenleving groeien, zowel bij overheids- als bij private organisaties, dat in gevallen waarin onderscheid in sekse niet nodig is, de vraag daarnaar niet wordt gesteld’.

    Overheid en anderen blijven wel aan zet en kunnen onmiddellijk aan de slag

    De kabinetsreactie verdient zonder meer een kritische bespreking, te meer omdat het UCERF-rapport meldt dat ’geslacht waarschijnlijk voor het overgrote deel van de registraties niet werkelijk relevant is’ (blz. 62). Maar voor zover het om regelgeving gaat moeten we het met dit afhoudende standpunt voorlopig doen. Daar staat tegenover dat in praktische zin men, dus niet alleen de overheid, wel degelijk reeds nu aan de slag kan. Ik noem twee niet in het UCERF-rapport genoemde registraties: die van de Rijkspas en de OV chipkaart. Mij is niet duidelijk waarom de gepersonaliseerde Rijkspas, een identificatiedocument, voornamelijk bedoeld voor ambtenaren om fysieke toegang te verkrijgen tot overheidsgebouwen of bijv. tot de kantoorprinter, M dan wel V moet vermelden. Al was het maar dat het andere document waarmee zelfs eenieder zich overal in de openbare ruimte en het maatschappelijk- en rechtsverkeer geldig kan identificeren, het rijbewijs, die vermelding niet bevat. Het ‘Eigen volk eerst’ zou daarmee voor het eerst een terechte toepassing krijgen. De op naam gestelde OV chipkaart geeft de betreffende persoon recht op vervoer. Ik zie niet in dat M/V in deze context nog van belang kan zijn.

    Auteur: Sjaak Jansen