020 515 9515

Echtscheiding IPR



Toepasselijk recht

Het toepasselijke recht op de huwelijksontbinding (echtscheiding, de scheiding van tafel en bed, ontbinding huwelijk na scheiding van tafel en bed; hierna wordt alleen van echtscheiding gesproken) wordt bepaald door het Nederlandse commune internationaal privaatrecht. Voor Nederland is op dit terrein van het familierecht geen verdrag van toepassing, aangezien de Europese Verordening nr. 1259/2010 (bekend als Rome III) niet voor Nederland geldt. Voor de echtscheiding was tot 1 januari 2012 de Wet conflictenrecht echtscheiding van 1981 (Stb. 166) regelgevend. Sinds 1 januari 2012 bevat Boek 10 BW de commune regels van ons internationaal privaatrecht. Over Boek 10 BW kan het volgende worden opgemerkt: De Nederlandse wetgever heeft stapsgewijs gewerkt aan de codificatie van het Nederlandse internationaal privaatrecht (IPR) dat buiten verdragen en EG-verordeningen geldt. Deze codificatie is aangevangen met de hiervoor reeds genoemde Wet conflictenrecht echtscheiding, die op 10 april 1981 in werking is getreden. Sindsdien zijn vele wetten tot stand gebracht waarin het conflictenrecht voor deelonderwerpen van het privaatrecht is geregeld. Deze aanbouwwetgeving heeft uiteindelijk geresulteerd in de Vaststellings- en Invoeringswet Boek 10 Burgerlijk Wetboek (Internationaal privaatrecht) die op 1 januari 2012 is getreden.

Conflictenrecht

Boek 10 BW bevat alleen het conflictenrecht. Dit hangt samen met de door de wetgever gemaakte, niet onomstreden, keuze: het materiële conflictenrecht krijgt een plaats in het BW (Boek 10), het formele conflictenrecht (rechtsmacht, erkenning en tenuitvoerlegging) zal worden geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Aldus is niet gekozen voor één alomvattende regeling van het internationaal privaatrecht (zoals bijvoorbeeld in België en Zwitserland is gebeurd), maar voor een opzet die de internationaal privaatrechtelijke regels onderbrengt in de internrechtelijke rechtssfeer waarmee zij verband houden.

Consolidatiewetgeving

Boek 10 betreft vooral consolidatiewetgeving, waarbij het in beginsel gaat om het bijeenbrengen van de reeds geldende wetten conflictenrecht. De bestaande wettelijke regels zijn niet of nauwelijks gewijzigd in Boek 10 overgenomen, met uitzondering van de Wet conflictenrecht echtscheiding. Met de inwerkingtreding van Boek 10 zijn alle wetten conflictenrecht komen te vervallen, doch literatuur en rechtspraak over deze wetten alsmede de daarbij behorende parlementaire geschiedenis blijven van belang voor gelijkluidende bepalingen in Boek 10. Naast een (eerste) titel over algemene leerstukken van het internationaal privaatrecht, bevat Boek 10 dus hoofdzakelijk regels van conflictenrecht waarmee het toepasselijke recht op internationale rechtsverhoudingen kan worden vastgesteld. Voorts bevat Boek 10 regels over de erkenning van rechtshandelingen en rechtsfeiten uit het buitenland. Bepalingen over de internationale bevoegdheid komen in Boek 10 niet voor. Wel bevat de wet soms een verwijzing naar verdragen en EG-verordeningen waarin de rechtsmacht wordt geregeld (zie bijv. artikel 10:113 BW inzake kinderbescherming). In de praktijk zal Boek 10 pas in beeld komen wanneer verdragen en EG-verordeningen niet van toepassing zijn of in het geheel ontbreken. IPR-regels in verdragen en EG-verordeningen hebben nu eenmaal voorrang boven het commune conflictenrecht. Dat wordt nog eens herhaald in artikel 10:1 BW. Samengevat, er is sprake van consolidatie nu de verschillende wetten conflictenrecht, met op enige punten een aanpassing of wijziging van meestal redactionele aard, zijn opgenomen in Boek 10. Er is sprake van codificatie omdat Boek 10 een titel algemene bepalingen bevat, waarin algemene leerstukken van het internationaal privaatrecht zijn opgenomen. Algemene leerstukken die voordien vooral door doctrine en rechtspraak werden ingevuld, en waarvoor geen geschreven regeling bestond.

Overgangsrecht

De wetgever heeft gemeend dat de invoering van Boek 10 BW in beginsel geen regels van overgangsrecht noodzakelijk maakt. Voor Titel 1 kan overgangsrecht worden gemist, omdat de in deze titel opgenomen algemene bepalingen in wezen een codificatie betreft van het voordien geldende ongeschreven recht. Bij de overige titels gaat het in veel gevallen om bepalingen die, soms letterlijk, zijn overgenomen uit de voordien geldende wetten conflictenrecht. De overgangsbepalingen uit deze wetten zijn, waar nodig, ongewijzigd overgenomen in Boek 10 (zie bijv. artikel 10:34 inzake de erkenning van huwelijken, waaruit blijkt dat Afdeling 1 van Titel 3 niet van toepassing is op de erkenning van huwelijken die zijn voltrokken voor 1 januari 1990). Op één punt wijkt Boek 10 zodanig af van het voordien geldende conflictenrecht, dat een overgangsregeling wel vereist was. Het gaat om de conflictregel voor het bepalen van het toepasselijke recht op echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed (hierna kortweg echtscheiding). In plaats van de conflictenladder van artikel 1 Wet conflictenrecht echtscheiding geldt nu krachtens artikel 10:56, dat steeds Nederlands recht op een echtscheiding van toepassing is (lex fori), tenzij partijen hebben gekozen voor het recht van de staat van een gemeenschappelijke vreemde nationaliteit. De overgangsregel, artikel 270 Overgangswet Nieuw BW, bepaalt dat het temporeel toepassingsgebied van artikel 10:56 is beperkt tot verzoeken die na 1 januari 2012 zijn ingediend. Indien het echtscheidingsverzoek is ingediend vóór 1 januari 2012, dient nog de verwijzingsregel van artikel 1 van de Wet conflictenrecht echtscheiding te worden toegepast.

Wilt u meer weten over het onderwerp Echtscheiding Internationaal Privaatrecht? Vraag dan vrijblijvend online een demonstratie of een proefabonnement aan op de kennisbank of neem contact op via 0314 – 358 356.